Menu

Verzoek teruggaaf omzetbelasting

17 oktober, 2017

Een ondernemer heeft recht op teruggaaf van door hem afgedragen omzetbelasting als zijn afnemer de factuur niet betaalt. Teruggaaf gebeurt op verzoek. Dat verzoek kan gedaan worden als redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de schuldenaar niet zal betalen. Het teruggaafverzoek moet uiterlijk worden ingediend bij de aangifte over het eerste tijdvak waarin de betaling niet meer bij de rechter kan worden afgedwongen. De wettelijke verjaringstermijn voor vorderingen bedraagt volgens het Burgerlijk Wetboek vijf jaar.

De Belastingdienst weigerde een teruggaaf omdat het verzoek te laat zou zijn ingediend. Het verzoek om teruggaaf had betrekking op facturen met dagtekening 31 december 2005. Het verzoek om teruggaaf was ingediend op 29 november 2013. Volgens de ondernemer waren zijn vorderingen niet verjaard en was het verzoek dus niet te laat ingediend. Voor verjaring is vereist dat de schuldenaar een beroep op verjaring doet. De rechter mag niet ambtshalve van verjaring uitgaan. Omdat de schuldenaar geen beroep op verjaring heeft gedaan, maar tot november 2013 geregeld overleg heeft gevoerd met de ondernemer over mogelijkheden om de openstaande vorderingen te voldoen, kon betaling ten tijde van het indienen van het verzoek om teruggaaf nog in rechte worden gevorderd. Het verzoek om teruggaaf was tijdig ingediend en is ten onrechte afgewezen.

Ga terug naar het overzicht

Meer informatie ontvangen?

Onze diensten lijken simpel, dit is een logisch en positief gevolg van de efficiëntie waarmee de zaken opgepakt worden. Bij het Financieel Plein staat kwaliteit en klanttevredenheid gezamenlijk op nummer één!





    Verzoek teruggaaf omzetbelasting

    9 augustus, 2017

    Op verzoek verleent de Belastingdienst aan een ondernemer teruggaaf van de omzetbelasting die betrekking heeft op niet betaalde facturen. De ondernemer moet een verzoek om teruggaaf doen bij de aangifte over het tijdvak waarin hem duidelijk is geworden dat zijn afnemer niet zal betalen. Wanneer dat stadium is bereikt staat niet uitdrukkelijk vast. Wat wel vaststaat is het uiterste tijdstip waarop een teruggaaf van omzetbelasting kan worden gevraagd. Dat is bij de aangifte over het eerste tijdvak waarin betaling van de vergoeding niet meer bij de rechter kan worden afgedwongen.

    Te laat ingediend verzoek
    Een voorbeeld van een te laat ingediend verzoek om teruggaaf is de volgende casus. De casus betrof een ondernemer, die zijn vorderingen aan de bank had verpand. Op 8 november 2012 werd de ondernemer failliet verklaard. De bank schakelde vervolgens een incassobureau in om de verpande vorderingen te innen. De curator beschreef de toestand van de boedel in de periode van 30 oktober 2012 tot en met 30 november 2013 in drie faillissementsverslagen. In het laatste verslag stond dat de bank de incassoactiviteiten inmiddels had gestaakt. De curator wachtte met het verzoek om teruggaaf van omzetbelasting wegens oninbaarheid van de vorderingen tot de ontvangst van de eindrapportage van het incassobureau. Pas daarna, in de maand maart 2014, diende hij het verzoek in.

    Volgens de rechtbank was dat te laat. Uiterlijk in het vierde kwartaal van 2013 was bekend dat de vorderingen niet betaald zouden worden omdat de incassoactiviteiten waren gestaakt. Het recht op teruggaaf is in dat tijdvak ontstaan. Dat betekent dat het verzoek om teruggaaf van omzetbelasting bij de aangifte over het vierde kwartaal, dus uiterlijk op 31 januari 2014 had moeten worden ingediend.

    Ga terug naar het overzicht